Over honden en hun voer

In Nederland en de ons omringende landen wordt door de meeste hondeneigenaren een hondenbrok en/of blikvoeding aan hun hond gegeven.
De diervoeder industrie is “big business” en vele bekende merken dierenvoeding besteden een deel van hun budget aan reclame-uitingen, sommigen zelfs tot TV commercials aan toe. Degenen die weleens een hondententoonstelling bezoeken kennen de grote en chique aangeklede promotiestands van de grotere merken wel. Uiteraard kost dit veel geld, geld dat uiteindelijk door de huisdierbezitter wordt opgehoest door de aankoop van een zak voer of blikvoeding, dit een heel huisdieren leven lang.
Er zit natuurlijk ook veel gemak aan het geven van brokken, er hoeft niets meer gedaan te worden dan de bak te vullen en de brokken worden gegeten. Omdat brokken lang houdbaar zijn kunnen er grote voorraden van worden aangelegd en heeft men in principe niet veel extra ruimte nodig. Kortom, gebruikersgemak ten top.

Brokken bevatten veel granen.
Op een zak brokken staat het belangrijkste (lees: grootste bestanddeel) meestal bovenaan de lijst met ingrediënten vermeld. Van nature eten honden niet of nauwelijks granen, maar omdat het zo’n goedkope energie-leverancier is wordt hij door de fabrikanten graag gebruikt. Het vlees in brokken is nagenoeg altijd afkomstig van kippen, maar dan wel de delen die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie. Ook vlees of beendermeel (zeer fijn gemalen) komt in bijna alle voeders voor als ingrediënt. Overigens is het vleesbestanddeel in de meeste brokvoedingen zeer laag.
Wist u trouwens dat het gebruik van vleesmeel als ingrediënt in dierenvoeder in Zweden verboden is?

Om het bederven van vetten tegen te gaan bevatten alle brokken anti-oxydanten.
Zouden deze niet in het voer zitten dan zouden brokken al na zeer korte tijd bederven.
Sommige fabrikanten maken gebruik van natuurlijke anti-oxydanten zoals vitamine E en C, maar voor veel voeders worden chemische anti-oxydanten zoals BHA, BHT, Etoxyquine en Prophylgalaat gebruikt, die ook weer andere toepassingen in de industrie kennen.
Brokken bevatten uitsluitend gekookte voedingsstoffen, ook weer in verband met de houdbaarheid. Geen enkele vitamine overleeft een kookproces, dus kan geconcludeerd worden dat brokvoeding arm is aan vitaminen en natuurlijke enzymen die eigenlijk weer aangevuld zouden moeten worden.

Omdat de berichtgeving van de fabrikanten louter positief is over hun produkt (logisch natuurlijk) nemen de meeste eigenaren aan dat de fabrieksvoeders alles bieden wat hun huisdier nodig heeft en houden daarom vast aan een voeding, uitsluitend bestaand uit brokken.

Maar vraagt u eens aan oudere mensen hoe de hond (of kat) vroeger gevoerd werd en zij zullen antwoorden dat deze “uit de pot” mee-at en ook vleesresten kreeg toegestopt. Van brokken had men in bijv. de 50er en 60er jaren nog nooit gehoord, het is een gemaks-produkt, ontstaan in onze consumptie maatschappij.

Omdat er ook honden (en katten) zijn die niet optimaal gedijen op de standaard brokken heeft men ook hiervoor weer alternatieven bedacht, nl. de zogenaamde dieetvoedingen, natrium-arme voeding en speciale voeders die alleen bij de dierenarts verkregen kunnen worden.
 

De hond is van nature een vleeseter, net zoals zijn voorvaderen. Ondanks het feit dat onze moderne honden qua verschijningsvorm vaak ver afstaan van hun voorouder, de wolf, is hun spijsverteringssysteem en gebit nog steeds nagenoeg hetzelfde als dat van de wolf.
Dus, alle onderzoeken en evolutie-theorieën ten spijt, het inwendige van de hond is maar zeer weinig veranderd en is ingesteld op het eten van vlees. U zult begrijpen dat veel van de onderzoeken naar de voedingsbehoeften van honden en katten zijn gefinancierd door grote concerns die belang hebben bij de verkoop van de kant-en-klaar voeders.
Deze onderzoeken blijven altijd “voer” voor discussies en niemand ter wereld heeft de wijsheid in pacht, maar het feit blijft dat een hond-achtige in natuurlijke omstandigheden voornamelijk voedsel van dierlijke oorsprong (dus: vlees, organen en botten) tot zich neemt.

Tegenwoordig hebben zich ook meerdere stromingen “vers-voerders” ontwikkeld, o.a. het BARF en NRV. Deze methodes bestaan uit het uitsluitend voeren van rauwe, natuurlijke ingrediënten aan hond of kat, liefst zo natuurlijk mogelijk, dus niet in gemalen of gepureerde vorm.
Beide voedingsmethodes hebben een grote schare aanhangers die zich fanatiek aan het voorgeschreven schema van de door hen uitgekozen methode houden, tot op de procenten aan toe. Houdt men zich hier niet aan, dan krijgt de hond niet het juiste binnen, althans volgens deze theorieën.

Persoonlijk zijn wij ervan overtuigd dat de waarheid wel ergens in het midden zal liggen en dat een hond die met inzicht, voldoende variatie en verse ingrediënten in het menu gevoerd wordt, een gezonde hond zal zijn, maar dit terzijde.

Onze Tosa’s en Spaanse hondje krijgen (in de ogen van velen waarschijnlijk) een “allegaartje” op het menu: rauw vlees, ons GVV versvlees en ja hoor, ook brokken, dit alles wisselend per dag en ze doen het er meer dan goed op. Naar onze bescheiden mening is er niet één “goed” menu maar door variatie aan te brengen voor de honden ben je al een heel eind op weg.

(Diepvries) versvlees voeding is niet gekookt of verhit en dus blijven alle vitamines, mineralen en enzymen (dierlijke eiwitten) die van nature al in het vlees zitten, behouden. Een nadeel voor sommige mensen kan zijn dat dit voer hierdoor wel in de diepvries bewaard dient te worden.
Door de natuurlijke samenstelling voldoet versvlees voeding beter aan de behoeften van de hond, de bijna 100% vleeseter.

Daarnaast is er nog een ander aanbod, nl. de buiten de vriezer houdbare “vers” voedingen, veelal in kuipjes en gestoomd, volgens de fabrikanten nog met alle voedingsstoffen en mineralen die behouden zijn gebleven, en aangevuld met groenten. Deze zijn gedurende langere tijd houdbaar buiten vriesvak en koelkast. Maar dit is niet de versvlees voeding waar we het hier over hebben.

U kunt er natuurlijk ook voor kiezen om uw hond(en), net als wij, van alles wat te geven; niet alleen rauw, maar ook KVV (Kompleet Vers Voer) en brokken, aan u de keus. Het invoegen van rauw vlees en/of KVV op het menu is voor de meeste honden en katten een welkome variatie die ze maar al te graag zullen eten.

Wilt u uw hond niet geheel op een rauwe voeding overzetten? U doet uw hond(en) een groot plezier door ze minimaal 1, maar liefst 2 keer per week een rauwe (GVV) voeding aan te bieden.